Spoorwegmuseum of Maliebaanstation Utrecht

Opdrachtgever: Stichting Nederlands Spoorwegmuseum

cropped-Voorgevel-maliebaanstation1.jpg

Het Maliebaanstation, sinds 1953 in gebruik als spoorwegmuseum, werd in 1873-1874 gebouwd door de HIJSM, de Hollandse IJzeren Spoorwegmaatschappij. In de loop der jaren nam het reizigersvervoer af en werd het gebouw enkele malen aangepast voor het goederenvervoer, totdat het station uiteindelijk in 1939 gesloten werd. Ook het spoorwegmuseum paste het gebouw in 1953 en 1989 aan voor de museumfunctie. Door al deze verbouwingen bleef slechts het casco en het interieur van de vestibule – de stationshal – van dit rijksmonument behouden.

Onder de bezielende leiding van directeur Paul van Vlijmen startte in 2000 de planvorming voor een grootschalige renovatie, waarbij een 10.500 m2 grote nieuwbouw werd ontwikkeld en de restauratie van het oude Maliebaanstation voorbereid werd. In 2002 werd Leo Wevers gevraagd de eerste ideeën voor de restauratie van het stationsgebouw uit te werken. Hierbij was het uitgangspunt om de museumbezoekers een zo goed mogelijk beeld van een 19de-eeuws station te geven.

Na een grondige voorbereiding werd in 2004 met de uitvoering gestart. Hierbij werden het exterieur en de vestibule gerestaureerd en werden de overige verdwenen vertrekken na uitgebreid onderzoek gereconstrueerd. Hierdoor zijn thans weer de loketten, wachtkamer 1e & 2e klasse, de restauratiezaal en de wachtkamer 3e klasse in het gebouw te bezichtigen. Tijdens de voorbereidingen is door E. Verweij een verkennend kleuronderzoek verricht.

Hierbij kwam een geheel andere kleurstelling van het exterieur naar voren en werden uitgebreide decoratieve schilderingen in de vestibule aangetroffen. Omdat er twee decoratiefasen waren, is besloten tot een reconstructie van de schilderingen uit 1874 op het bestaande verflagenpakket en daarnaast enkele kleurvensters te retoucheren.Een bijzonder element vormt de ingebouwde Koninklijke Wachtkamer, afkomstig van het in 1974 gesloopt station Den Haag CS. Deze rijke kamer met eiken lambrizering in neo-renaissance-stijl en mohair wandbespanningen dateert uit 1892 en werd door de firma H.P. Mutters vervaardigd.

Ook installatietechnisch is de restauratie bijzonder, aangezien gekozen is voor toepassing van ledenradiatoren, enkel glas, alsmede toiletten met gietijzeren stortbakken in laat19de- en vroeg 20ste-eeuwse trant. Daarnaast is in een tweetal vertrekken een gebalanceerd ventilatie-systeem aangebracht om grotere groepen in deze ruimten te kunnen ontvangen.